De fiscale behandeling van dividenduitkeringen is op korte termijn meerdere malen gewijzigd. Sinds de invoering van de uitkeringstesten worden dividenduitkeringen ook nog eens begrensd.
Zowel de opeenvolgende fiscale hervormingen als de concrete toepassing van de uitkeringstesten roepen in de praktijk heel wat vragen op. Hoe wordt een dividenduitkering voortaan fiscaal behandeld na de opeenvolgende wijzigingen in het regime van de liquidatiereserves en van VVPRbis? Wat houden de uitkeringstesten nu precies in, en wanneer en hoe worden deze testen praktisch en cijfermatig toegepast?
In het eerste deel van dit seminarie wordt het vraagstuk geanalyseerd vanuit vennootschapsrechtelijke standpunt, met een antwoord op de vragen “Wie mag uitkeren? Wanneer mogen we uitkeren? Wat mogen we uitkeren? Hoe moeten we uitkeren?”. De toepassing van de uitkeringstesten komt hierbij ook aan bod, met aandacht voor de vele vragen en onduidelijkheden in de praktijk, de verschillende vormen van uitkering en de verschilpunten tussen de bv, de cv en de nv.
In het tweede deel komt de fiscale behandeling van dividenduitkeringen aan bod, zijnde een stand van zaken inzake gewone dividenden, liquidatiereserves en VVPRbis-aandelen